Kommil foo- Breken

Kommil foo zijn meesters in schijnbare toevalligheid. Tussen precieuze bedachtzaamheid en dankbare onverwachtse momenten creëren zij magie. Pretentieloos weten ze hoe ze een hele zaal kunnen doen gieren van het lachen. Het publiek bevindt zich tijdens de voorstelling in een sfeer zonder grenzen. Je mag luidop lachen en door de zaal roepen, comme il faut.

Een dagdagelijks gegeven zoals een stekkedozeke ontplooit zicht tot een betoverend spel. Kommil foo heeft de perfecte wisselwerking gevonden tussen bombastisch muziektheater en intiem vertellen. Ze maken prachtige poëtische beelden op het theater die je zou willen inkaderen voor in je living.

kommilfoo_brekenportret_(c)_phile_deprez_lit

Advertenties

Open brief aan minister Schauvliege


Ondanks mijn sociaal isolement ( vanwege examens ) probeer ik contact te behouden met de buitenwereld. Helaas geeft de buitenwereld mij niet echt moed om verder te studeren.

Beste minister Schauvliege,

Hoewel de donderwolken er al even hingen, was het dit weekend toch schrikken toen de cijfers voor de nieuwe subsidieronde bekend raakten. Op basis van die gegevens hebben wij als jonge, beginnende theatermakers/acteurs/regisseurs het gevoel dat we niet geapprecieerd worden. Daarom deze brief.
Het vrijgeven van de adviezen deed u in het licht van de transparantie. Nu hopen wij dat die transparantie niet ophoudt bij de naakte cijfers maar dat u ons ook een antwoord zal kunnen geven op onze vragen.

Uit de cijfers die wij nu kunnen inkijken en waarvan u zegt ze te zullen volgen, lezen wij een beleid dat zich tegen jonge makers richt. Net die organisaties die zich heel erg inzetten om jonge makers kansen te geven – door ze een podium te bieden, ze artistiek en logistiek te ondersteunen, ze in residentie te nemen en te laten zoeken –  worden in deze subsidieronde afgestraft. (Campo, De Werf, Rataplan, maar ook Les Ballets C de la B, … ). Ondertussen geeft u in uw beleid wel aan dat grote huizen zoals NTGent, KVS, … in de toekomst meer verantwoordelijkheid zouden moeten krijgen om (jonge) makers onder hun vleugels te nemen, maar daar zien wij in de praktijk nog veel te weinig van en het lijkt ons dat die huizen daar in deze subsidieronde ook niet de nodige financiële ademruimte voor krijgen.

Er is onlangs dan wel beslist over 10 procent extra projectsubsidies die ook (en vooral) bedoeld zijn voor jonge makers, maar dit geld is weinig waard als u de broedgronden waarin die makers kunnen groeien, wegneemt. Om kans te maken op projectsubsidies moet je als maker onder andere kunnen bewijzen dat er organisaties zijn die je (ook financieel) steunen. Laat het nu net die organisaties zijn die jong werk durven steunen die in deze subsidieronde onderuit gehaald worden.

Mevrouw de minister, als dit een bewuste beleidskeuze is, dan willen wij dit graag weten zodat we ons kunnen voorbereiden op een zwarte toekomst. De vernieuwing zal dan niet door het beleid gedragen zijn. Want de wil is er wel degelijk en het talent om Vlaanderen verder op de kaart te zetten als bakermat van vooruitstrevend en degelijk theater. Het is alleen zo dat jong talent sneller en verder groeit als er een goede ondersteuning is vanuit het werkveld.

Wij gaan ervan uit dat er grondige redenen (en min of meer objectieve parameters) zijn op basis waarvan beslist is om radicaal te knippen in de werkingsmiddelen van organisaties als Campo, De Werf, … waardoor die huizen hun huidige werking voor het grootste deel zullen moeten stopzetten. Graag hadden wij die redenen gelezen, want op het eerste zicht lijkt hun werking ons niet zo rampzalig te zijn. Integendeel, wij zien bruisende huizen met een uitdagende programmatie.  In de huidige subsidieronde lijkt het bijna alsof zij afgestraft worden omdat ze jonge makers kansen geven.

Op dat vlak geven de cijfers ons wat tegenstrijdige en verwarrende signalen. Aan de ene kant hebben enkele jonge collectieven en makers die voortkomen uit de genoemde organisaties net projectsubsidies of zelfs structurele subsidies gekregen, worden zij opgenomen in festivals als Circuit X en spelen zelfs in internationale circuits. Aan de andere kant gaat u de organisaties waar die jonge makers steun en begeleiding krijgen nu afstraffen.

We hebben begrepen dat dit komt omdat hier twee verschillende commissies over oordelen. De commissie “theater” heeft positief geoordeeld voor sommige projectsubsidies en de commissie “multidisciplinaire kunstencentra” vindt dat de organisaties die die jonge collectieven steunen geen interessant werk voortbrengen. Wij gaan ervan uit dat de commissies deze onenigheid niet onderling zullen moeten uitvechten. U zal de verantwoordelijkheid moeten opnemen om dit soort onregelmatigheden in het beleid op te lossen.

Tenzij het de bedoeling is om enkele kunstencentra in Vlaanderen in de toekomst op te doeken, lijkt het ons bovendien een rare keuze om die organisaties van de ene dag op de andere de helft (of het totaal) van hun werkingsmiddelen af te nemen. Dit kan alleszins niet leiden tot meer kwaliteit of een interessantere programmatie. We vinden het goed dat u de adviescommissies zoveel mogelijk wil volgen. Toch zijn wij ongerust omdat het lijkt dat sommige commissies heel erg ondoordacht en roekeloos te werk gaan. Wij hopen dan ook dat u zult ingrijpen als blijkt dat zij hun verantwoordelijkheden niet ten harte nemen of omwille van beleidsredenen niet naar behoren kunnen werken.

Beste minister Schauvliege, wij zijn de volgende generatie theatermakers. Wij zullen bepalen hoe het culturele veld er in de volgende 20, 30 jaar zal uitzien. Als u dat goed vindt zouden wij graag nu al met u in dialoog treden om samen een beleid uit te stippelen dat kan leiden tot een inspirerende kunstwereld die zichzelf kan blijven heruitvinden.

De adviezen die voor deze subsidieronde op tafel liggen zijn desastreus voor ons jonge makers. Daarom hebben we een open brief opgesteld naar minister Schauvliege. Stuur deze door en deel hem met zoveel mogelijk vrienden en kennissen die theater maken. Wie de brief mee wil ondertekenen kan een email sturen naar belpaemegeert@hotmail.com. Het is belangrijk dat wij in deze discussie ook onze stem laten horen.

http://www.lhommmm.be/ : de brief kan u hier lezen

hier vecht een opleiding drama om te overleven

In mijn vorige bericht kon u een artikel lezen van Koen van Kaam. We moeten steeds naar de twee kanten van het verhaal luisteren. Vandaar heb ik hier voor u vandaag het eervolle wederwoord van de theaterschool. (gevonden in ‘de standaard’ van 26 mei)

Dat de discussie over het niveau van de theateropleidingen in Antwerpen nieuw leven wordt ingeblazen is op zich geen slechte zaak, zo vindt de ARTISTIEKE DIRECTIE van het instituut. Alles kan altijd beter. Maar ze wil er ook over waken dat niet al te veel kinderen met het badwater worden weggegooid.

Geachte Koen van Kaam,

We kunnen u honderd procent gelijk geven als u zegt dat theateropleidingen geen kwestie in de marge zijn (‘Sjjt, hier slaapt een theaterschool’, DS 24 mei).

We begrijpen ook uw stelling dat het resultaat van de fusie tussen de Antwerpse drama-opleidingen niet echt een kunstwerk is en dat de school moegefuseerd en kapotgesaneerd lijkt. Dat onze onderwijsmiddelen in vijftien jaar tijd stoemelings met 40 procent gedaald zijn, dat er een nieuwe papieren constructie School of Arts in de steigers staat en dat de hogeschool waaronder we ressorteren op punt staat een nieuwe fusie aan te gaan, zet uw argumenten kracht bij.

U heeft ook goed opgemerkt dat het vermoeiend en frustrerend kan zijn om constant opgeëist te worden door de implementatie van Bologna-hervormingen, onderwijssaneringen, debatten over academisering en dies meer. Gewoon omdat Kafka nooit veraf is en omdat daardoor minder energie overblijft voor wat primeert in onze opdracht: de begeleiding van de studenten.

Kort door de bocht

Anderzijds gebruikt u argumenten die bewijzen dat u de opleidingen niet goed kent en dat u geen inzicht heeft in de opdracht van de school. Mogen we eerst duidelijk stellen dat we niet zomaar een ‘theaterschool’ zijn, we hebben drie opleidingen met een gedifferentieerd profiel: acteren, woordkunst en kleinkunst.

Als u met enige ironie stelt dat u het jammer vindt dat woordkunst op dit moment de meest dynamische is van de drie opleidingen, dan gaat u wel erg kort door de bocht. Woordkunst is een opleiding die al jaren de eerste prijzen wegkaapt in de NTR Radioprijs, dé aanmoedigingsprijs voor studenten journalistiek en jonge radiomakers uit Nederland en Vlaanderen. Het is een opleiding die integere studenten aflevert die hun plaats zoeken en vinden in de media, op een podium of in het schrijversgilde. We zouden vereerd zijn u te kunnen laten zien wat deze studenten in hun mars hebben, de volgende weken kan u ze aan het werk zien op het conservatorium, in de gebouwen van onze nostalgische Studio of bij onze vrienden van Rataplan.

Dat het ‘vaste’ docentenkorps niet langer representatief is voor het werkveld durven we betwijfelen. Omdat de opsomming te lang zou zijn, stel ik voor dat we u een lijst bezorgen van de huidige docenten, die in tegenstelling tot wat u zegt helemaal geen voeling missen met de sterk veranderde theaterpraktijk. Alhoewel ‘vast’ een misleidend begrip is, omdat we vrijwel alleen nog met gastprofessoren werken, vaste ambten werden tijdens de voorbije periode grotendeels afgeserveerd en vervangen door kleine opdrachten of vrijwilligerswerk.

Liesa, Sam, Sofie en de anderen

Hetzelfde geldt voor de ‘afgestudeerden die de noodzakelijke technische en theoretische bagage missen en niet opgepikt worden door de bestaande gezelschappen’. Wij denken dat het meevalt met de ‘fundamenteel gebrekkige doorstroming naar het beroepsleven’. Sterker, we weten dat we hier veel beter scoren dan andere theaterscholen in Vlaanderen of in Nederland. Maar het is u ontgaan dat het beroepsleven niet enkel ‘de gezelschappen’ betreft, maar een veel ruimer werkveld. Daarom zeggen we met enige fierheid dat de voorbije jaren studenten afstudeerden als Liesa Van der Aa, Marieke Dilles, Sofie Lemaire, Sam De Bruyn, Hannelore Bedert, de ploeg van F.C. Bergman, Michaël Vergauwen, Maud Vanhauwaert, Maarten Ketels, Rebekka De Wit en Jonas Van Geel, met onze excuses aan de overige alumni die even goed zijn, maar minder gehypet.

Maar het lijkt ons niet zinvol om deze meningsverschillen in de verf te zetten, omdat de slotparagraaf van uw bijdrage veel goedmaakt. Wij vinden uw oproep tot een intensieve dialoog op alle niveaus om de huidige structuren tot een breedgedragen, kwaliteitsvolle en eigentijdse opleiding te hervormen een zeer goede gedachte. Wat ons betreft graag ook met onze hogere overheden van onderwijs en cultuur, omdat zij de structurele en financiële verantwoordelijkheid dragen van onze sectoren. Het zou goed zijn om in die dialoog oneliners te vermijden als ‘Hier slaapt een theaterschool’. Zo’n titel maakt een lezer nieuwsgierig, maar dekt de lading echt niet. We stellen voor om die te veranderen in: ‘Hier vecht een opleiding drama om te overleven.’ Misschien worden we daardoor broeders in de strijd, want dit gevecht is ook de theatersector niet onbekend. Samen kunnen we misschien meer gewicht in de schaal werpen om onze overheden ervan te overtuigen dat we geen ‘kwestie in de marge’ zijn.