kookboeken van Piet Huysentruyt of Jeroen Meeus

Mijn les literatuursociologie is meestal niet mijn favoriete bezigheid op vrijdagnamiddag. Maar als voorbeeldige studente gaf ik ook weer deze vrijdag van 16 tot 18 uur mijn tijd aan een (iets of wat chaotische) prof.

Literatuur passioneert mij, laat mij voelen dat ik leef. Maar helaas gaat het vak ‘literatuursociologie: literaire instituties’ bitter weinig over literatuur (ook al komt dit woord twee keer in de naam van dit vak voor).

“De meeste fictieschrijvers publiceren maar één keer in de drie jaar een nieuwe titel. De opbrengst die ze hiervoor ontvangen bedraagt doorgaans 10% voor de eerste 5000 exemplaren. Als de oplage voldoende hoog is, dan ligt de gemiddelde prijs van een boek rond de 20 euro, wat een opbrengst van 2 euro betekent per boek voor de auteur.

Wil hij rond de 50 euro per dag verdienen, een minimum voor wie belastingen, huur en openbaar vervoer wil betalen, dan moet hij om en bij de 25 boeken per dag verkocht hebben. “

Dit verscheen op slide nummer 17. De chaotische prof had mijn aandacht. Ik kreeg het gevoel dat een stukje van een droom me werd afgenomen. Is dit de harde realiteit? Ik ontken niet dat ik betwijfel of dat wel de volledige waarheid is (misschien ook omdat ik het niet WIL geloven).

Ik werk in een krantenwinkel, en in deze tijd zie ik meer kookboeken van Piet Huysentruyt of Jeroen Meeus over mijn toonbank vliegen dan een boek van bijvoorbeeld Tom Lanoye of A.F.T.H. Van Der Heijden.

Nederlandstalige schrijvers moeten vechten voor hun carrière. Deels heeft dit ook te maken met de keuze van steeds meer schrijvers om hun verhalen te laten verankeren in een bepaalde regio of het kiezen van een dialecttaalgebruik. Dit maakt het moeilijk om een boek te vertalen en zo blijft het doelpubliek dus zeer klein.

Maar langs de andere kant vind ik de eigenheid en puurheid van deze schrijvers dan weer zo mooi. Ga vooral geen vertaalbare, commerciële leegheid schrijven gewoon omdat het moet.

Schrijvers vinden andere manieren om te leven van hun ‘geschrijf’.  Bijvoorbeeld het maken van columns zoals Arnon Grunberg of Herman Brusselmans dat doen.

Dit geeft me hoop. Mijn ideaalbeeld van het schrijverschap is niet zozeer veranderd. Schrijven hoor je te doen omdat het een deel van je is, omdat je iets te vertellen hebt. Ik geef toe dat de bovenstaande cijfers me hebben geschokt, maar ik blijf dromen, en de harde realiteit krijgt momenteel nog geen plaatsje in mijn toekomst.

India

Mijn reis naar India is geleden van 2007. India was voor mij een land van puurheid, schoonheid, intense onderdanigheid aan het geloof, en naïviteit. Naar mijn gevoel is er sedert mijn reis daar veel veranderd. India is een toeristische trekpleister geworden. Helaas kan ik de veranderingen niet echt waarnemen of mijn idee echt onderbouwen want  in 2007 was mijn eerste en (tot nu toe) laatste bezoek aan dit prachtige land. Ik had het geluk vergezeld te zijn door (Nederlandse) Indiërs. Daardoor heb ik naar mijn gevoel het échte India, in hoeverre een blanke dat kan, gezien. ‘In hoeverre een blanke dat kan’ want hoe ik het ook draai of keer, ik was daar als tourist.

In 2007 leek het alsof de lokale bevolking nog nooit een blanke had gezien. De mensen waren oprecht gefascineerd, intens gelukkig om ons te zien, met ons te spreken, met ons een maaltijd te delen. Ik vraag me af in hoeverre dat nu nog is, na de toeristenbom.

Ik vrees dat door het contact met de rest van de wereld ze een stukje van dat geluk zijn kwijtgeraakt. Men ziet hoe welvarend de rest van de wereld is en verlangt naar hetzelfde, helaas is dit in de meeste gevallen niet mogelijk. Naar mijn mening maakt het verlangen naar het onmogelijke een mens ongelukkig. Ja, toerisme is goed voor de economie van een land. Maar laten we de mensen in dat land niet uit het oog verliezen.

Aangezien reizen ook één van mijn favoriete tijdsbestedingen is maak ook ik mij hier schuldig aan. Daarom probeer ik bij elk bezoek aan een ‘onderontwikkeld’ land een steentje bij te dragen aan het verbeteren van de levenskwaliteit.  Dit tracht ik te bereiken via kleine dingen. Voor mijn reis naar India vroeg ik aan mijn kleine neefjes en nichtjes of ze graag speelgoed aan me wilde meegeven om daar ‘armere kindjes’ blij mee te maken.

Toen mijn neefjes en nichtjes deze foto’s zagen droop de trotsheid en blijheid van hun gezichtjes.

In mijn verblijf van 3 weken heb ik heel wat gezien. Wat was het lelijkste dat mij is bijgebleven?

Inderdaad, de Taj Mahal. Uiteraard is het een zeer mooi gebouw maar zo leeg (in de figuurlijke betekenis). Want ik verkies alles van de onderstaande foto’s boven deze ‘oversized’ graftombe.

( de Ganges, op deze religieuze plek was ik plots geen vreemde meer, ik werd betrokken bij de rituelen en voelde me geaccepteerd.)

een thuis in de Filipijnen

A: ‘thank you’

ik: ‘why? what did I do?’

A: ‘you talked to me, thank you.’

In 2010 gaf de familie van A. een maand lang mij een thuis in Davao city. Ik maakte kennis met hun leven, met hun gewoonten, met hun eten en met zoveel meer, ik maakte kennis met mezelf.

Nieuwsgierig als ik was probeerde ik alles uit, het ene viel al meer in de smaak dan het andere.

Helaas begrepen ze mijn wereld niet goed. Ik kon hen niet uitleggen dat ik slechts een studente was en niet genoeg geld heb om elk jaar terug te keren naar hun. Ik ben blank, ik   ben rijk, ik heb kansen, waarom kwam ik de zomer nadien dan niet terug?

boekenparadijs

afbeelding van Joe Aesmorga en Nuno S. Sousa

Boekenwinkel ‘ Livraria Lello’ is opgericht in 1906 en is te vinden in Porto. Mijn vriend is geboren en getogen in Porto. Helaas is hij niet een boekenliefhebber en zo ‘vergat’ hij me te wijzen op dit pareltje tijdens mijn verblijf in zijn geboortestad. Naar verluidt zou J.K. Rowling zich hebben laten inspireren door deze boekenwinkel voor haar bekende boekenreeks Harry Potter. Adres: Rua das Carmelitas 144, Porto

(  http://www.ua.ac.be/main.aspx?c=*RUUSBROEC&n=7797 , Bibliotheek van de universiteit Antwerpen)

In deze bibliotheek zal je me het meeste vinden. Maar hier zit ik niet om mijn leeshonger te stillen. Dit is namelijk mijn studieoord waarin ik mij urenlang noodgedwongen opsluit samen met mijn lotgenoten. Helaas zijn er steeds meer genoten met hetzelfde lot die mij hier vergezellen. Hoe meer zielen hoe meer vreugd? Nee. Al deze leergierige hoofden bij elkaar zorgen voor een zuurstoftekort waarmee mijn hersenen niet tevreden zijn.

http://www.antwerpen.be/eCache/ABE/80/33/382.html )

Antwerpen leeft, en dat zie je in de Permeke bibliotheek. In het rijke aanbod vind je hier voor elk wat wils. Bovendien worden hier vaak fijne activiteiten, zoals lezingen, gegeven. Het gebouw ontbreekt een tikkeltje charme (als je dat al van een hoop bakstenen zou kunnen zeggen). Gelukkig wordt dit gecompenseerd door de vriendelijke glimlachen om je heen.

Freud’s List

Toen ik op het internet op zoek was naar extra informatie voor mijn eigen werk
( https://irisvanloon.wordpress.com/2012/04/02/open-brief-aan-arnon-grunberg-in-de-schaduw-van-een-intellectueel/ )
zag ik deze blog. Dit was meteen mijn eerste contact met wordpress.
Een literatuurliefhebber zal zeker genieten van dit virtueel archief van tijdschriften en dagbladen, zoals ondermeer de ‘knack’ en de ‘morgen’.

janstevens.be

In 1938 vluchtte Sigmund Freud met vrouw, kinderen, kleinkinderen, dokter en hondje naar het veilige Londen. Zijn bejaarde zussen liet hij bewust in het door de nazi’s bezette Wenen achter. In De zus van Freud brengt Goce Smilevski de aanleiding en gevolgen van die dramatische beslissing opnieuw tot leven, gezien door de ogen van Sigmunds zus Adolphine.

In 1942 wordt de 79-jarige Adolphine Freud samen met haar zussen Pauline en Marie op een goederentrein van Wenen naar het Tsjechische Theresienstadt gezet. Hun aankomst in het door de nazi’s als ‘modelstad’ ingerichte doorvoerkamp Theresienstadt is een gevolg van de weigering vier jaar eerder van broer Sigmund om zijn zussen mee te nemen naar Londen.

Als Hitler in maart 1938 de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland aankondigt, sluipt bij Joods-Oostenrijkse families de angst binnen. Zo ook bij de Freuds in Wenen. In het geboortehuis van Sigmund Freud woont zijn ongetrouwde zus Adolphine…

View original post 479 woorden meer

Zo blijf ik proberen

Zo blijf ik proberen,

mijn verleden te vergeten,

altijd gedoemd

de toekomst te gissen.

Jouw onwetendheid troost me,

je armen om me heen:

het gissen voorbij.

Zal ik ooit slagen in het vergeten,

zo onschuldig als jij?

Vergankelijkheid

Wees welkom,

ook al arriveerde je vroeger dan verwacht.

Voel je thuis,

wortel je klauwen in m’n hopen,

verorber m’n verlangen.

Je boezemt mij geen angst in,

je gevolgen of mogelijkheden hebben mij nooit verblind.

Kom gerust langs de achterdeur,

de koffie staat voor je klaar.

Kom tot rust,

sterk je broosheid.

Ik vrees je niet,

ik weet dat betekenis verloren gaat aan eeuwigheid.

Dat heb je me al vroeg geleerd.

Ik sta hier voor jou,

m’n armen open,

en vraag je om me mee te nemen.

Laat me genieten van elke seconde.

Maar toe,

laat me een glimp zien

van hoe het is zonder je.

Contradicties beheersen mijn leven.

Want m’n woorden,

hoe overtuigend ook,

reiken niet tot m’n eigen hart.

De wereld heeft nood aan jou,

maar ik behoorde blijkbaar nooit tot die wereld.

Bij het horen van je mooie naam

trillen mijn benen.

Mijn liefde voor hem heeft me zwak gemaakt.

Verwacht geen koffie meer.